IGP

 

Bij het IGP  (Internationale Gebruikshonden Proef) worden al hun natuurlijke kwaliteiten en talenten getest van de hond. Het  IGP bestaat uit 3 onderdelen, namelijk speuren, gehoorzaamheid en verdediging.

 

Tijdens het speuren wordt de hond zijn gedrag getest om geuren terug te vinden. Een spoorlegger legt een spoor op een grasland of akker en legt hierbij een aantal voorwerpen op het spoor. Na een tijdje moet de hond dit spoor afgaan en alle voorwerpen terug vinden.

 

Bij het onderdeel gehoorzaamheid gaat het over het correct uitvoeren van verschillende basiscommando’s. Commando’s als zit, af, hier, sta, breng worden allemaal in een vast stramien getoond aan de keurmeester. Deze geeft voor elke oefening punten. In totaal kan je maximum 100 punten behalen.

In het spectaculaire onderdeel verdediging draait het niet enkel over bijten, maar vooral ook over de controle. De honden moeten perfect onder controle staan en moeten onmiddellijk lossen na commando. De honden worden hier getest op hun belastbaarheid (bv. niet schrikken van het geroep van de pakwerker), op het vol en correct bijten op de mouw en op het onder controle staan van de baas.

 

 

Showtraining

 

Enerzijds is er de fysieke training en anderzijds de ringtraining. De herderhond is een zeer goede draver en kan een grote afstand overbruggen in draf. Door de fysieke training verhoogt het uithoudingsvermogen van de hond en verstevigen zich de spieren en gewrichtsbanden, waardoor het lichaam in totaliteit vaster wordt. Bij de ringtraining, die op de club gebeurt, leren hond en de geleider om zich in de loopring optimaal te bewegen, zowel in pas als in draf. Heel belangrijk is ook het gewennen aan contacten met vreemde personen. Tijdens het meten, wegen, tandcontrole, teelbalcontrole, schotproef, enz, moeten de honden zich vrij en onbevangen gedragen.